Uit een recente studie van onderzoekers van de Universiteit van Californië in Davis blijkt dat zwaardere, grote honden van gekruiste rassen een hoger risico lopen op gewrichtsaandoeningen op latere leeftijd, wanneer zij al voor het eerste levensjaar gecastreerd of gesteriliseerd worden.

De verschillen waren vooral goed zichtbaar bij gekruiste rassen met een gewicht vanaf 20 kilo. Honden met een gewicht tot 20 kilo hadden geen verhoogd risico op gewrichtsproblemen. De studie werd gepubliceerd in het tijdschrift Frontiers in Veterinary Science.

Steriliseren of castreren van je hond op jonge leeftijd

In de VS en in een groot deel van Europa is het gebruikelijk om honden al te castreren of steriliseren als ze rond de zes maanden oud zijn.

Maar wat daar de gevolgen van zijn voor de gezondheid van je hond, daar wordt eigenlijk niet of nauwelijks bij stil gestaan.

Om de gezondheidsgevolgen van castreren en steriliseren van jonge honden te bestuderen en analyseren heb veel data nodig. Deze studie heeft ook ruim 15 jaar geduurd om zo alle gegevens van duizenden honden te kunnen analyseren bij de UC Davis Veterinary Medical Teaching Hospital.

Naar aanleiding van deze analyse concludeerde het onderzoeksteam dat je als hondeneigenaar goed moet nadenken of en wanneer je over gaat tot steriliseren of castreren van je hond.

Zo zei hoofdauteur Benjamin Hart, een vooraanstaande professor van de universiteit: ‘De meeste honden zijn gekruiste rassen. We hopen dat deze studie het sterilisatie- of castratieproces zal beïnvloeden om mensen die een puppy willen adopteren de tijd te geven om een weloverwegen beslissing te nemen over wanneer ze moeten steriliseren of castreren.’

Gewrichtsaandoeningen hond

De onderzoekers keken naar de veel voorkomende gewrichtsaandoeningen, waaronder heupdysplasie, elleboogdysplasie en craniale kruisbanden (knieblessure) in vijf gewichtscategorieën.

Ze keken ook naar de risico’s van honden van verschillende rassen die kanker ontwikkelen op basis van hun gewicht, maar ze vonden geen verhoogd risico in welke gewichtscategorie dan ook in vergelijking met intacte honden.

De cijfers lieten eigenlijk meteen de risico’s zien. Het risico om gewrichtsaandoeningen te ontwikkelen bij zwaardere honden bleek tot enkele malen hoger te zijn, dan bij honden die niet gecastreerd of gesteriliseerd waren op jonge leeftijd. Het ras maakte niet uit, bleek ook uit het onderzoek. Het gold vooral voor grote honden.

Een voorbeeld: bij teefjes van boven de 20 kilo die niet geholpen werden voor het eerste levensjaar, had 4 procent kans op het ontwikkelen van gewrichtsaandoeningen. Bij teefjes in dezelfde gewichtscategorie die wél voor het eerste levensjaar waren gesteriliseerd, liep dat risico op naar 10-12 procent.

Castratie en sterilisatie beleid voor honden moet worden veranderd

Wat kunnen we precies met deze data?

Het onderzoeksteam pleit voor verandering in het beleid op het gebied van castreren en steriliseren.

‘De studie brengt unieke uitdagingen met zich mee’, aldus co-auteur van het onderzoek Lynette Hart, ook professor aan de Universiteit van California.

Veel mensen adopteren puppy’s uit het asiel. Met gekruiste hondenrassen is het soms moeilijk om te bepalen hoe groot de hond zal worden als je niets weet over de ouders van de hond. Daarnaast is in delen van Europa en in de VS steriliseren of castreren voorafgaand aan een adoptie verplicht, of dit wordt door fokkers of andere instanties verplicht.

Of te wel: je mag de puppy in die delen van de wereld alleen adopteren als hij of zij ‘geholpen’ is. En bij een puppy gebeurt dit dus vaak dus veel te vroeg in zijn leven.

Eigenlijk zouden, zo stellen de auteurs van het onderzoek in hun conclusie, de samenwerkende organisaties een nieuw beleid moeten ontwikkelen, waarbij het castreren of steriliseren voor grote(re) honden pas gebeurd als ze ouders zijn dan een jaar. Om zo gewrichtsaandoeningen te voorkomen. Gewrichtsaandoeningen kunnen de levensduur van een hond verkorten en zijn rol als gezinslid beïnvloeden.

Lees hier het hele onderzoek: https://www.frontiersin.org/articles/10.3389/fvets.2020.00472/full