dominantietheorie-bij-honden-onzin

Vertaling van het Engelstalige artikel ,,Dominance – Challenging Traditional Thinking’’ van de bekende hondentrainer Barry Eaton. Dit artikel werd in 2007 gepubliceerd door ,,Veterinary Times’’.

Veel eigenaren wordt verteld dat zij met een zekere autoriteit de plaats van de roedelleider in moeten nemen om zo de baas te worden over hun hond. Het draait om dominantie, ofwel status. Als je niet gauw een Alfa wordt, zal de hond snel stijgen in de rangorde tot hij het hele gezin overheerst.

 

Deze theorie is gebaseerd op wolvengedrag. Jarenlang werd aangenomen dat het gedrag van wolven te reflecteren is op dat onze huishond.

Om je status als Alfahond hoog te houden, zal je verschillende ,,roedelregels’’ moeten toepassen, de zogenaamde ,,Pack Rules’’. Helaas betekent dit voor de hond vaak een strenge trainingsmethode en leven volgens een strikt regime.

Tegenwoordig hebben we veel meer kennis en inzicht in het gedrag van zowel wolven als honden, dan 20 à 30 jaar geleden toen de ,,pack-rules’’ populair werden.

Veel toonaangevende instanties op het gebied van hondentraining geloven dat het tijd is om de dominantie-theorie te herzien. Zodat we ons kunnen realiseren dat onze gedomesticeerde huishond, gewoon een hond is!

Hoe het begon:

Om te beginnen is het belangrijk te begrijpen dat wolven en honden van elkaar verschillen.

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de hond (Canis Familiaris) inderdaad afstamt van de wolf (Canis Lupus) (zie afbeelding 1).

Canis Lupus (de wolf Barry Eaton - dominantie)

Afbeelding 1 – De Wolf

 

Maar tijdens zijn evolutie, heeft de hond zich enorm aangepast. Zowel qua uiterlijk (morfologie) als qua gedrag (Coppinger 2001, Lindsay 2000).

In afbeelding 2 is te zien dat de schedel van onze huishond opvallend kleiner is dan die van de wolf. Beide dieren wogen 43 kg.

Schedel van een wolf en een hond

Afbeelding 2 – links de schedel van een wolf en rechts de schedel van een hond.

De hersenen van de hond zijn wel 20 a 25% kleiner, dan die van de wolf. Dit impliceert dat wolven intelligenter waren dan honden, omdat zij in staat moesten zijn te overleven in een uitdagende, gevaarlijke, natuurlijke omgeving (Coppinger 2001, Lindsay 2000).

De wolven werden geselecteerd op basis van natuurlijke selectie.

Ook de tanden van de hond zijn kleiner en meer gedrongen geworden. En de kaken zijn zwakker.

Er zijn bij de gedomesticeerde hond drie schedelvormen te onderscheiden (Turner 1994):

  1. Mesocephalisch: deze schedelvorm lijkt het meest op die van de wolf, maar is iets smaller. De middellange snuit is kenmerkend voor de Duitse Herder, Labrador en voor Terriërs. Dit type wordt gezien bij 75% van de honden.
  2. Brachycephalisch: een korte, brede snuit, waarbij de ogen duidelijk aan de voorkant zitten. Dit type schedel zie je bij Bulldogs, Boxers, Pekinezen en Mopshonden.
  3. Dolichocephalisch: een lange, smalle snuit met de ogen aan de zijkant van de kop. Dit zie je bij windhonden.

Tegenwoordig is er een groot aantal hondenrassen, waardoor grote uiterlijke verschillen te zien zijn. Zo zijn er honden in allerlei soorten en maten. De bouw, staartdracht, stand van de oren, vachttypes en –kleuren verschillen per ras.

Een wolventeefje wordt pas loops wanneer zij 22 maanden oud is, of soms zelfs ouder. Zij wordt hierna één keer per jaar loops en dit gebeurt altijd in de winter. De pups worden geboren in de lente, waardoor hun overlevingskansen groter worden (Kreeger, Packard 2003).

Dit verschilt van onze huishonden. Teefjes kunnen al loops worden op een leeftijd van 6 maanden. En zij doorlopen gemiddeld 2 cycli per jaar. Dit kan het hele jaar door zijn, afhankelijk van wanneer zij is geboren.

Een wolvenreu is alleen vruchtbaar tijdens het paringsseizoen (Kreeger 2003). Dit is één periode per jaar. Een ,,hondenreu’’ is vanaf een leeftijd van gemiddeld 6 maanden elke dag van zijn leven vruchtbaar.

Onderzoeker Coppinger

De onderzoeker Coppinger (2001) suggereert hoe de evolutie van de hond is begonnen.

Hij gelooft dat, wanneer de mens meer op een plek begon te blijven en dorpen begon te bouwen, de vluchtafstand tussen mens en wolf kleiner werd. Wolven kwamen steeds dichterbij en begonnen rond te scharrelen rondom de dorpen, opzoek naar bruikbaar afval.

Generatie na generatie werden de wolven steeds minder bang voor de mensen en zo werden zij gedomesticeerd. Eerst meer ,,getemd’’ en later meer getraind. Uiteindelijk is men gaan fokken op gedrag en uiterlijke kenmerken.

Clutton-Brock (1999) beweert dat getemde wolven door kunstmatige en natuurlijke selectie steeds minder op hun voorouders zijn gaan lijken. Dit is o.a. de zien aan de vachtkleur, de oren, de staart, de totale omvang en lengte van de ledematen. Langzamerhand werd de wolf een hond.

Door deze evolutie veranderde niet alleen het uiterlijk van de wolf/hond, maar ook zijn gedrag.

Hieronder het jacht-patroon (een zogenaamd fixed-action-pattern) van de wolf:

1. Oriënteren -> 2. fixeren -> 3. achtervolgen -> 4. grijpen -> 5. doodbijten -> 6. ontleden -> 7. opeten.

Het jacht-patroon van een Border Collie is anders dan die van een Retriever.

Het jacht-patroon van een Border Collie:

  • 1. Oriënteren;
  • 2. Fixeren;
  • 3. Achtervolgen (grijpen/doorbijten/ontleden/opeten).

De elementen fixeren (denk aan ,,The Eye’’) en achtervolgen zijn het sterkst aanwezig.

Border Collie in actie

Afbeelding 3 – Border Collie in actie

Het jacht-patroon van een Retriever:

  • 1. Oriënteren;
  • 2. Achtervolgen;
  • 3. Grijpen (-> opeten).

Retrievers hebben een zogeheten zachte mond, zij ,,grijpen’’ de prooi heel zacht, zodat zij deze zonder beschadiging naar de jager kunnen brengen.

De Retriever - Barry Eaton

Afbeelding 4. De Retriever brengt zijn prooi onbeschadigd terug naar zijn baas.

We hebben hulphonden, waakhonden, honden die apporteren, honden die hoeden, sledehonden, jachthonden, honden die deelnemen aan gehoorzaamheidswedstrijden, behendigheidswedstrijden, flyball, reddingshonden, speurhonden, gezelschapshonden en schoothondjes.

Al deze dingen zijn totaal vreemd voor de wolf. Hieruit kunnen we concluderen dat een hond niet (meer) denkt als een wolf. Echter, door het toepassen van roedelregels – om hem uit alle macht onderdanig te houden – behandelen we onze hond alsof het een wolf is.

Daarnaast zijn geen twee typen honden, rassen of individuen hetzelfde.

Elk individu heeft zijn eigen gedragspatronen, vanuit zijn eigen motivatie en beleeft de wereld emotioneel gezien op zijn eigen manier. Al heeft het ras van de hond hier invloed op.

Lindsay (2000) stelt dat het begrijpen van hondengedrag begint met de studie naar het gedrag van wolven. De wolf is immers door een lang evolutieproces veranderd in een hond. Maar we moeten uitkijken dat we de hond en wolf niet over een kam scheren als het op gedrag aankomt. Honden en wolven gedragen zich op een verschillende manier, vanuit verschillende motivatie.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *