Als je begint met BARFEN dan zal je moeten aftasten wat je wel en niet mag geven. Het voordeel van een webshop in vers vlees is dat zij alle soorten vlees verkopen die je mag voeren aan je hond. Dat neemt bij de meeste mensen de twijfel weg dat ze het verkeerde voeren.

Het vlees van de volgende dieren wordt vaak gegeven: Rund, kalf, lam, schaap, geit, paard, eend, kip, en wild. Geef je hond nooit varkensvlees in verband met de ziekte van Aujeszky (dodelijk).

Wat voor de ene persoon een juiste voeding en hoeveelheid is, kan dit voor de ander onvoldoende zijn. Dit geldt ook voor dieren. Elke hond zal anders reageren op bepaalde voeding. Je bent als eigenaar dus verantwoordelijk om goed op te letten wat je je hond voorschotelt. Hoe glimt zijn vacht? Is zijn ontlasting de juiste structuur? Wordt hij niet te dik/dun? Je gaat voeren op het oog. Dit maakt het voor veel mensen een sport om de juiste voeding en verhouding te vinden voor zichzelf maar ook voor hun huisdier.

Botvlees

Botvlees wordt bij BARF/NRV vaak gegeven in de vorm van karkassen, nekken, ruggen van bijvoorbeeld eend, kip, kalkoen et cetera. Het bestaat meestal uit 50% bot en 50% vlees. Botten worden altijd rauw gegeven en mogen niet worden gekookt! Als je bot kookt dan gaat het splinteren met alle gevolgen van dien.  Je voert botvlees voor de juiste hoeveelheid calcium die het lichaam zelf opneemt. Ook zitten er belangrijke vitamines, mineralen en vetzuren in botvlees.

De hond zal moeten wennen aan de vertering van botten. Je hebt harde en zachte botten. Je begint met het geven van zachte botten. Als de hond dit goed verteert zul je het merken aan zijn ontlasting. Als de verhouding bot te groot is dan zul je dit merken aan de witte en kalkachtige ontlasting. De hond heeft vaak moeite met poepen. Je geeft dan minder bot en meer spiervlees/orgaanvlees. Dit kan ook andersom zijn. Als de hond te zachte ontlasting heeft is de verhouding orgaan vaak te groot. In dit geval geef je meer botvlees/spiervlees.

Spiervlees

Spiervlees is puur het vlees van een prooidier. Het zijn de vleessnippers, snijdsels of lappen vlees. Dit geef je erbij om het bot makkelijker te laten verteren. Ook hier zitten belangrijke voedingsstoffen in. Er wordt spiervlees van rund, kalf, lam, schaap, geit, paard, konijn etc. gegeven. Als beginner heb je met spiervlees geruime keuze.

Orgaanvlees

Orgaanvlees bestaat uit simpelweg alle organen van een prooidier. Denk aan hart, lever, nieren, (boek)maag en pens. Orgaan werkt laxerend en dit moet je met mate voeren. Dit merk je snel genoeg als de hond diarree krijgt, dan moet je dus minderen met orgaanvlees. Voor elke hond is dit anders. Lever is een opslagplaats voor medicijnen en gifstoffen. Sommige eigenaren voeren dit zelden of hierdoor alleen biologische lever.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *